BRUSSEL, 04/02/2019. –  Op 28 januari 2019 keurde de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid (IMC VG) het Actieplan eGezondheid 2019-2021 goed. Daarmee bevestigen en versterken de 8 ministers van de IMC het engagement om de digitale transformatie van de Belgische gezondheidszorg in onderling partnerschap, maar ook met het werkveld, verder aan te pakken.


Het eerste eGezondheidsplan liep over de periode 2013-2018 en werd in 2015 tussentijds bijgewerkt. Dat plan bestond uit 20 actiepunten, zowel ten aanzien van de overheid zelf, de zorgverstrekkers, als de patiënt. Uit een evaluatie door de IMC blijkt dat 72% van de vooropgestelde doelstellingen van het plan 2013-2018 werd gerealiseerd.


Slechts een kleine greep uit de realisaties van het plan 2013-2018:

  • de personal health viewer als patiëntgericht, veilig portaal waar de patiënt gepubliceerde informatie over zijn of haar gezondheid kan terugvinden, werd gerealiseerd en wordt driemaandelijks verder uitgebreid;
  • het elektronisch geneesmiddelenvoorschrift werd gerealiseerd en wordt steeds meer gebruikt: in november 2018 schreven 15.934 artsen 4.388.400 elektronische voorschriften, dit is ongeveer de helft van alle voorschriften;
  • de e-attestering en e-facturatie zijn als systemen operationeel en worden steeds meer gebruikt;
  • een sterk gestegen aantal huisartsen maakt gebruik van het elektronisch uitwisselen van informatie en publiceert Sumehrs (elektronische samenvatting van medische patiëntengegevens): 2.685.112 patiënten beschikken over  een Sumehr en 36.200 artsen gebruiken de hub/metahub voor het uitwisselen van informatie. De huisartsen hebben ook toegang tot de eGezondheidskluizen en zo informatie tot alle informatie die daar beschikbaar is over de patiënt;
  • het stijgend gebruik van de eHealthbox door artsen en tandartsen;
  • inzake mobile health is op basis van 24 pilootprojecten een validatiepiramide ontwikkeld om toepassingen te categoriseren en te valideren. De eerste 4 toepassingen zijn recent gevalideerd;
  • het acceleratorprogramma voor het elektronisch patiëntendossier (EPD) in de ziekenhuizen heeft ertoe geleid dat meer dan de helft van de algemene ziekenhuizen een actieplan heeft opgestart voor de realisatie van een EPD volgens de BMUC-criteria (Belgian Meaningful Use Criteria). 15% van de algemene ziekenhuizen heeft vandaag al een (quasi-)volledig geïntegreerd EPD. 75% van de algemene ziekenhuizen gebruikt e-Prescription. 60% heeft een elektronisch verpleegkundig dossier.
  • voor huisartsen zijn incentives gerealiseerd voor het gebruik van het EPD.
  • zowel Vlaanderen, Wallonië als Brussel heeft een structuur opgezet om permanente opleidingen inzake eGezondheid te geven aan alle zorgverleners;
  • de nieuwe Belrai-applicatie, ter ondersteuning van de samenwerking tussen zorgverstrekkers die rond de patiënt tussenkomen, wordt nu aangeboden aan alle zorgverstrekkers.

Naast de realisatie van de actiepunten stelt de IMC ook een verhoogd bewustzijn vast over de potentiële meerwaarde van digitale transformatie voor de kwaliteit van de gezondheidszorg en de efficiëntie van tal van administratieve processen.


De Interministeriële Conferentie Volksgezondheid verwelkomt deze vooruitgang én is tegelijk van mening dat de inspanningen voortgezet moeten worden. Daarom besliste ze in 2018 om een nieuw Actieplan voor te bereiden. De voorbereiding van dit nieuwe plan verliep op basis van een aantal principes en aandachtspunten:

  • Het voortzetten van de interfederale samenwerking inzake de eGezondheidsstrategie en het streven naar een verdere optimalisering van het samenwerkingsmodel.
  • Het voortzetten waar nuttig, het bijsturen waar nodig en het stelselmatig afwerken van de lopende projecten  en/of het uitbreiden ervan naar nieuwe doelgroepen of toepassingsgebieden.
  • Het versterken van de focus op operationele excellentie en het opvolgen ervan met het oog op het voortdurend verbeteren van de beschikbaarheid en performantie van de door de patiënt en zorgverstrekker gebruikte systemen en instrumenten.
  • Het verhogen van de aandacht voor de Europese en internationale initiatieven inzake eGezondheid.Op basis van deze principes werden 7 clusters van 44 onderling samenhangende projecten geïdentificeerd, waarvoor telkens een duidelijke ambitie en doelstellingen is afgesproken. De 7 clusters zijn:
  1. Fundamenten van het eGezondheidslandschap: het betreft bv. het beheer en de evolutie van de principes en systemen inzake geïnformatiseerde toestemming door de patiënt, de toegangsmatrix tot eGezondheidsdiensten en –informatie voor zorgverleners, het beheer en gebruik van de basisdiensten, de gebruikte terminologische en technische standaarden, etc. Dit betekent dus dat, zowel voor de patiënt, voor de zorgverlener als voor de softwareleveranciers, dezelfde regels en afspraken van toepassing zijn.

  2. Transversale aspecten van het eGezondheidsplan: bv. het voorzien in gepaste communicatie, alsook het verzekeren van een goede aansturing en opvolging van de projecten door de samenhang ervan nauwgezet op te volgen.

  3. Ondersteuning van de implementatie: dit betreft bv. het beleid inzake incentives voor het gebruik van eGezondheidsdiensten door de zorgverleners.

  4. Operationele excellentie: in de periode 2013-2018 gingen we voor veel eGezondheidsprojecten over van de ‘idee’-fase naar de ontwikkeling en de reële toepassing ervan op het terrein. Daarbij zijn ook een aantal problemen en aandachtspunten vastgesteld, bv. op vlak van de stabiliteit van de systemen en de te behalen kwaliteitsniveaus. Zoals hoger vermeld, meent de IMC dat het verhogen van de operationele excellentie een belangrijk werkpunt is; daarom omvat het Actieplan ook concrete projecten om een vlotte implementatie van de nieuwe tools en systemen te verzekeren, zowel met sterke/betrouwbare technische  infrastructuur, als met ondersteunende en begeleidende initiatieven voor alle actoren: burger, verstrekker, softwareleveranciers…

  5. Zorgverstrekkers en zorginstellingen: deze cluster omvat een reeks projecten die diensten met toegevoegde waarde ten aanzien van de zorgverleners willen realiseren, zoals tools voor multidisciplinaire en transmurale gegevensuitwisseling, de verdere ontwikkeling van het elektronisch voorschrift, de verdere ontwikkeling van het EPD in de ziekenhuizen, de implementatie van het BelRai-instrument, etc. Zoals blijkt, betreft het hier in belangrijke mate projecten die in het vorige Actieplan reeds werden aangevat en die nu verder uitgevoerd en uitgebreid worden.

  6. Patiënt als co-piloot: deze cluster omvat de eGezondheidsprojecten die zich rechtstreeks tot de patiënt richten. Het gaat bv. om de verdere ontwikkeling van het persoonlijk gezondheidsportaal Mijngezondheid (Personal Health Viewer), met de ambitie dat een burger , via 1 ingangspoort, toegang heeft tot alle, bestaande elektronische informatie van zijn gezondheidsdossier, onafhankelijk van de ‘bron’ ervan.De burgers zullen ook de mogelijkheid hebben om rechtstreeks hun verklaring inzake orgaandonatie te beheren.

  7. Ziekenfondsen: een specifieke cluster van  het eGezondheidsplan richting zich tot de ziekenfondsen die op het vlak van de digitale transformatie van administratieve processen met zorgverstrekkers, de patiënten en de overheid een reeks projecten hebben lopen, zoals eAttest, eFacturatie, digitalisering van akkoorden en toestemmingen zoals voor Hoofdstuk IV-geneesmiddelen, etc.Het Actieplan eGezondheid 2019-2021 beschrijft voor elk van de 7 clusters en de 44 projecten de huidige situatie, de gewenste situatie en de voornaamste uitdagingen om tot die gewenste situatie te komen. Een programmamanager is aangeduid om, samen met projectleiders voor elk van de 44 projecten, de ambities van het eGezondheidsplan om te zetten naar concrete werkplannen. Overlegmechanismen met de patiënten, zorgverstrekkers, de industrie, de ziekenfondsen en andere ‘stakeholders’. bestaan en zullen door het programmamanagement worden ondersteund. De Interministeriële Conferentie zal  de uitvoering van het eGezondheidsplan periodiek monitoren.

Het secretariaat van de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid wordt waargenomen door het Directoraat-generaal Gezondheidszorg van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu.